Nieuws
« terug naar overzichtPolitiek kwestie lange adem
Zeker als buitenstaander heb je vaak het idee dat er in de politiek en het besturen van een gemeente als Roosendaal vaker het rempedaal dan het gaspedaal gevonden wordt. Als je de procesgang van het besturen van een gemeente beter leert kennen, dan snap je vaak al beter waarom dingen de tijd nodig hebben die ze vragen. Soms echter is de doorlooptijd wel erg lang. Het dossier Starterslening is er zo een die een test lijkt voor het uithoudingsvermogen van de politicus, maar ook hier blijkt dat de aanhouder wint.
Dit dossier startte al in 2006, toen Roosendaalse Lijst, toen nog RLPR geheten inhaakte op een brief van toenmalig minister van VROM, dhr. Dekker aan de tweede kamer. De brief maakte het voornemen bekend dat er structureel financiële middelen vrijgemaakt zouden worden voor koopsubsidie voor mensen met een laag inkomen. Ook vermeldde de brief de intentie om starters op de woningmarkt financieel tegemoet te komen. Initiële storting in een fonds hiervoor bedroeg destijds €40 miljoen, waarmee het fonds in staat was om circa 5000 extra startersleningen te verstrekken. Een starterslening is een aanvullende lening bovenop een reguliere lening om de aankoop van het eerste huis mogelijk te maken. Ideaal dus voor jongeren die zich voor het eerst op de huizenmarkt begeven en de minister riep dan ook alle gemeenten op om deel te nemen aan het fonds.
Vanaf het begin, dus vanaf 13 mei 2006 zijn we daar als Roosendaalse Lijst bovenop gedoken om ervoor te zorgen dat ook Roosendaal aan dit fonds zou participeren. Toenmalig RLPR fractielid Stef van Roemburg en Cees Janssen vroegen op 28 juni 2006 middels een raadsvraag aan het college of en hoe de gemeente Roosendaal gebruik wilde maken van dit fonds. Antwoord was dat de SVN (Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten) al wel het stappenplan voor de invoering had bepaald, maar dat het bedrag van €40 miljoen nog niet op haar bankrekening stond, verwachting was dat dit eind 2006 zou gebeuren. De verdeling van de bijdrage over de deelnemende gemeenten stond toen nog niet vast. Het antwoord was dan ook in juli 2006 dat zodra de volgende stap genomen zou kunnen worden, namelijk het opstellen van een verordening inzake de voorwaarden waaronder de Startersregeling zal functioneren, de raad deze verordening ter goedkeuring aangeboden zou krijgen.
We schrijven 23 januari 2007, en Cees Jansen vuurt zijn volgende raadsvraag over het onderwerp af omdat begin 2007 er meer bekend zou zijn, zoals mogelijkheden, kosten en baten van de Startersregeling, maar ook de verwachte datum van invoering. Het college antwoordde wat voorzichtig. Immers, zo werd gesteld, het succes van de starterslening wisselde per gemeente, er was zelfs discussie over het bewezen nut. Provincie Noord-Brabant had om onder andere die redenen besloten geen storting te doen in het startersfonds. Als uitvloeisel daarvan had het college nog geen besluit genomen over de invoering, hoewel zij zeker de problematiek van starters op de huizenmarkt onderschreef, immers in diezelfde januari maand had zij besloten tot bouw van 30 starterswoningen bij het project Permekeplein. Het college gaf ook aan in de beantwoording dat zij de starterslening niet als het ultieme middel zag en dat er alternatieven waren (particulier opdrachtgeverschap, lagere grondprijzen, huur-koopconstructies. e.d. Kortom, pas op de plaats leek op dat moment wijs.
Ongeveer een jaar later vraagt Roosendaalse Lijst middels een raadsvraag over de stand van zaken in dit voor onze fractie nog steeds belangrijke dossier. Inmiddels was bekend geworden dat de provincie €20 miljoen zou bijdragen met een provinciale ambitie om ca. 4000 woningen extra te bouwen gedurende 4 jaar, speciaal gericht op starters. De eerder aangegeven alternatieve stimulansen kregen ook aandacht. Zo werd de stimuleringsregeling collectief particulier opdrachtgeverschap bevorderd, iets wat vooral in de dorpen interessant leek omdat het appelleert aan de sociale samenhang van vooral jongeren in de dorpskern. Er was inmiddels ook een stimuleringsregeling goedkope koopwoningen die de jonge startende huisbezitter soelaas kon bieden.
Door het college werd de vraag van Roosendaalse Lijst of zij bekend was met deze twee regelingen positief beantwoord, zij het met de opmerking dat ze nog niet door Gedeputeerde Staten waren vastgesteld.
In mei 2009 werden de laatste raadsvragen uit dit dossier gesteld aan het college. Inmiddels was de kredietcrisis een feit en hadden omliggende gemeenten als Bergen op Zoom, Halderberge en Woensdrecht al wel een start gemaakt met het gebruik van de SVN regeling voor startersleningen. Het college had nu meer informatie tot haar beschikking en had ook al geïnformeerd bij omliggende gemeenten wat beiden resulteerde in een positief geluid. De beantwoording van de raadsvraag was dan ook dat men verwachtte nog voor het zomerreces van 2009 een besluit te nemen over de startersregeling.
En vanaf 1 januari 2010 was het dan ook zo ver en konden ook mensen met een wat smallere beurs rekenen op een betere ingang op de koophuismarkt. Inmiddels zijn we al weer wat verder en is er al zeer vaak gebruik gemaakt van de regeling, in heel de gemeente Roosendaal (tot op heden, december 2011, zijn er dat zo'n 73 geweest). Ook voor 2012 zal de regeling doorgezet worden met een budget van €450.000.
Met deze aantoonbaar succesvolle regeling waarvoor Roosendaalse Lijst zich vanaf het prille begin hard heeft gemaakt wordt nu al door vele Roosendalers gebruik gemaakt, Roosendalers die wellicht anders uitgeweken waren naar elders in de regio.
Het traject kan dan misschien lang lijken (juni 2006 - januari 2010), Cees Janssen en Stef van Roemburg hebben de ontwikkelingen op de voet gevolgd en er voor gezorgd dat collegebesluiten gelijke tred hielden met de mogelijkheden die alle regelingen omtrent startende huisbezitters boden. Soms ben je nu eenmaal afhankelijk van de ontwikkelingen om je heen, het is dan zaak om vast te houden en door te pakken.
De aanhouder wint !
