Verbod op verkoop en gebruik lachgas

Lachgas is eenvoudig en voor iedereen te verkrijgen sinds het onder de Warenwet valt.
Vorig jaar heeft de fractie van de ChristenUnie hier reeds haar zorgen over geuit en schriftelijke vragen gesteld over het toenemende gebruik van lachgas en de gevolgen ervan.
Zie: 147-2018 Vraag en Antwoord ChristenUnie – Lachgas

Op de vraag of er een wijziging in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) kan worden verwacht om de verkoop van lachgas op festivals en andere evenementen in Roosendaal aan banden te leggen, heeft uw college toen geantwoord dat het opnemen van een verbod in de APV in strijd is met landelijke wetgeving omdat de verkoop en het gebruik van lachgas in het openbaar door het Rijk niet strafbaar is gesteld.
Toch lezen wij in de media dat steeds meer gemeenten zich beraden op het verbieden van de verkoop en het gebruik van lachgas. Onder meer Leiden, Nijmegen en Purmerend beraden zich op de mogelijkheden en in Haarlem ligt een totaalverbod voor het gebruik van lachgas in het vooruitzicht en afgelopen zomer werd daar reeds een verkoopverbod van lachgas bij evenementenlocaties opgenomen in de APV. Ook in andere gemeenten, zoals Rotterdam, Alkmaar en Hoorn geldt al enige tijd een verbod op de verkoop van lachgas tijdens evenementen.

Gisteren lazen wij in de media dat de gemeente Arnhem de eerste gemeente is met een totaalverbod op de verkoop van lachgas. Dat verbod gold daar eerder al op straat, maar sinds gisteren mag ook geen lachgas meer verkocht worden in horecagelegenheden.
Minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid heeft onlangs in antwoord op Kamervragen aangegeven dat, omdat over het gebruik van drugs niets in de wet staat, gemeenten zelf kunnen kiezen voor een verbod op het gebruik van drugs door dit te regelen in de APV:
“Het enkele feit dat het gebruik van drugs in de Opiumwet niet strafbaar is gesteld, wil nog niet zeggen dat het gemeenten niet is toegestaan om in de lokale Algemene Plaatselijke Verordeningen (APV) het gebruik van drugs in de openbare ruimte strafbaar te stellen.”

De Roosendaalse Lijst en de ChristenUnie hebben hierover de volgende vragen voor het college:

1.Bent u bekend met het hierboven vermelde standpunt van minister Grapperhaus over het gebruik van drugs en ziet u hierin een parallel met de verkoop en het gebruik van lachgas (iets
wat volgens de wet is toegestaan kan wel lokaal middels de APV verboden worden)? Graag een toelichting.
2.Neemt u in overweging om, net als in andere gemeenten, het gebruik van lachgas in het openbaar te verbieden en hiertoe te komen met een wijziging in de APV? Graag een toelichting.
3.Arnhem maakt gebruik van de Wet Milieubeheer om een verbod op de verkoop van lachgas te kunnen leggen. Volgens deze wet zijn verkopers verplicht om gevaren voor mens of milieu te voorkomen of te beperken. Omdat het gebruik van lachgas gevaren kent, handelt de verkoper in strijd met die wet, zo is de redenering. Kunt u deze redenering volgen? Graag een toelichting.
4.Bent u bereid om te kijken of naast een verbod op het gebruik van lachgas ook een verbod op de verkoop van lachgas kan worden ingesteld? Graag een toelichting.

Voor beantwoording, zie link : LINK