Doordecentralisatie huisvesting voortgezet onderwijs

Voor een goede voorbereiding van het raadsvoorstel doordecentralisatie huisvesting voortgezet onderwijs heeft de Roosendaalse lijst enige technische vragen.

In de overeenkomst met OMO staat bij artikel 4.9 aangaande tijdelijke huisvesting en bouwrijp maken: “afrekening geschiedt op basis van werkelijke kosten”. Uit het overzicht in de toelichting blijkt dat het gaat om 1.300.000 euro.

Vraag 1:
Is dit het maximale bedrag of kan dat ook nog hoger worden als de werkelijke kosten hoger liggen?

Bij artikel 8.3 staat een jaarlijkse bijdrage van 377 euro per leerling.

Vraag 2:
Wordt deze jaarlijkse gemeentelijke bijdrage gedekt met jaarlijkse rijksgelden?

Bij artikel 8.4 staat dat het leerlingenaantal de eerste 10 jaar is vastgesteld op 3.200 en de laatste 40 jaar (!) op 3.100. Op andere plaatsten in het contract voor andere vergoedingen wordt het leerlingenaantal jaarlijks herijkt of in het geval van de huisvestigingsplannen om de 5 jaar herijkt.
De school krijgt dus gegarandeerd 50 jaar lang het geld om de capaciteit op dit aantal te houden.
Doch tevens staat bij artikel 11.2 dat er mogelijk een 110% of meer groei (of daling) in capaciteit kan voorkomen. De ene school gaat dan ruimte beschikbaar stellen aan de ander.

Vraag 3:
Kunt u een uitgebreide toelichting geven op de situatie als er na 20 jaar een grote verandering van leerlingenaantallen is opgetreden. Met daarbij toelichting op de bijdrage vanuit gemeente naar de groeiende school, bijdrage vanuit gemeente naar de krimpende school en eventuele onderlinge huurbedragen tussen deze twee scholen?

Bij OMO wordt er 377 euro per leerling uitgekeerd waarbij het leerlingenaantal is vastgesteld voor 10 en 40 jaar (zie inleiding vraag 3) met een vaste index van 1,25%. Bij SOVOR wordt het leerlingenaantal voor de 377 euro per jaar bijgesteld met een variabel indexering (via CBS).

Vraag 4:
Waarom deze verschillen in vaste leerlingenaantallen en jaarlijkse bijstelling en vaste en variabele indexering?

Vraag 5:
Waarom spreekt u met SOVOR een bepaald ambitieniveau af voor frisse scholen en duurzaam bouwen en met OMO niet?

Vraag 6:
Waarom is de overeenkomst met SOVOR voor onbepaalde tijd en die met OMO voor 50 jaar?

Vraag 7:
Waarom spreekt u in het contract met SOVOR af dat alle schoolbesturen eens in de 5 jaar gezamenlijk overleggen en plannen gezamenlijk bijstellen en met OMO niet?

Vraag 8:
Waarom heeft u met SOVOR een vervreemdingsclausule van 1.000.000 en met OMO niet?

Voor beantwoording, zie link : LINK