Kadernotabehandeling 2018

Jaarrekening – Bestuursrapportage – Kadernota

Voor het eerst gepresenteerd als 3-luik: jaarrekening, bestuursrapportage en kadernota. Op zich een logische keuze, mede vanwege de samenhang tussen deze documenten: hoe zijn we gevaren in 2016, lopen we op koers in 2017 en wat zijn onze voornemens voor 2018. Laten we beginnen om het ambtelijk apparaat te complimenteren voor deze documenten. Het ziet er allemaal weer prima verzorgd en goed leesbaar uit. Waar we dit jaar moeite mee hebben is de termijn waarin we deze drie belangrijke stukken hebben moeten bestuderen. Minder dan 2 weken ter lezing, bevraging, afstemming in de fractie en eventueel met andere fracties. Dat hadden we liever anders gezien.

Jaarrekening 2016
Een positief resultaat van bijna 6 miljoen is prachtig. Als we daar de voorbestemde bedragen afhalen resteert nog steeds ruim 4 miljoen wat uiteindelijk, via de alg. reserve, aangewend gaat worden voor doordecentralisatie onderwijshuisvesting voortg. onderwijs. Vraag is wel of de landelijke trend in de hoger wordende bouwkosten in relatie tot de VNG norm niet eerder bekend was, zodat de doorcentralisatie wat sneller had gekund, waardoor we goedkoper uit waren geweest. Graag een reactie van de wethouder. Onze 2e vraag is of er ook al concrete uitgewerkte plannen zijn en hoe de tijdsplanning eruit ziet. Graag een reactie van de wethouder.

Een ander aspect dat opkomt is het fenomeen “voorspellend vermogen”. Bij de bestuursrapportage halverwege 2016 was een sluitende jaarrekening voorspeld. Uiteindelijk zaten we er dus 6 miljoen naast. Het meeste was overigens niet te voorzien, maar wellicht is een rapportage over de 1e vijf maanden ook te vroeg om betrouwbare eindconclusies te trekken. Misschien iets voor de auditcommissie om hier naar te kijken.

We zijn blij met een mooi weerstandsvermogen zodat we instaat zijn ook forse risico’s weerstand te bieden, mocht het nodig zijn.

In de jaarrekening valt verder op dat bij de maatschappelijke effecten veel “groene” cijfers te noteren zijn, dit impliceert een verbetering tov een vorige meting. Dat is mooi.

Op het gebied van niet werkenden werkzoekenden (zowel volwassenen als de jeugd) scoren we echter rood; ook op het gebied van een aantrekkelijk ondernemers- en vestigingsklimaat scoren we slecht; met name zien we een afname in het aantal banen t.o.v. 2015. Hoe valt dit te verklaren in relatie tot het EAP, de vele bedrijfsvestigingen en de uitgesproken ambities? Graag een reactie van de wethouder. Tot slot merken we op dat de achterstand uit het OOR (onderhouds-progr. OR) ruim 7 miljoen euro bedraagt. Ik weet dat dit achterstallig onderhoud veel meer is geweest, dus we gaan de goede kant op, maar kan de wethouder aangeven wanneer deze achterstanden zijn weggewerkt?

Bestuursrapportage 2017
We hebben kennis genomen van de rapportage over de eerste 5 maanden van 2017. Zoals gebruikelijk de nodige positieve en negatieve afwijkingen in relatie tot de begroting. De RL kan instemmen met de verklaringen hiervoor en met de voorgestelde dekking. We spreken de hoop uit dat in de resterende 7 maanden, daar waar er sprake is van verwachte tekorten, de zaak tijdig omgebogen kan worden. Vraag aan de wethouder: is dit realistisch?

Over enkele afwijkingen hebben we nog een vraag:

– Er wordt melding gemaakt van een forse stijging in schadeclaims en toegekende schadebedragen. Wat is de oorzaak hiervan (€ 120.000,-)
– Op 4 april heeft het College € 500.000 beschikbaar gesteld voor oplossen capaciteitsproblemen groenonderhoud. Was dit in de personele sfeer en hoe is dit bedrag besteed?
– Het geprognosticeerde nadeel op de WMO bedraag € 925.000 en hiervoor wordt een aantal oorzaken genoemd. Investeringen in het voorliggend veld moeten op termijn dit tekort doen oplossen. Kunt u een inschatting maken van de termijn waarop dit omslagpunt wordt bereikt?

Kadernota
Wat betreft de kadernota kunnen we zeggen dat er een gedegen stuk ligt waarop het College trots mag zijn. De laatste kadernota in deze bestuursperiode; een document waarmee deze periode tot een succesvolle afronding komt en hopelijk een mooi vervolg krijgt in de nieuwe bestuursperiode. Op de 3 hoofdthema’s, met name de Binnenstad, Vitale wijken/dorpen en het sociale domein is veel bereikt zoals u kunt lezen en zoals u beslist ook waargenomen heeft. In deze kadernota worden nog eens flinke punten op de I gezet met een aantal nuttige investeringen. Investeringen ook waarbij de top-3 uit het burgerakkoord ruim aan bod komt: Veiligheid, Groen en het Sociale Domein.

Als RL hebben we natuurlijk ook specifiek gelet in hoeverre onze bijdrage vanuit de politieke beschouwingen terugkomt in deze kadernota. Daar zijn wij erg content over. Ik kan me nog her-inneren dat dhr. Emmen destijds meegeteld had in de door ons opgesomde gewenste items en hij kwam tot een stuk of 20. Terug-kijkend zien we dat de meeste hiervan zijn gerealiseerd via een RVS, opgenomen zijn in deze kadernota of anderszins aan bod komen. Ik noem hierbij: blijversleningen, aandacht buurthuizen (afschaffen OZB/duurzaamheid), structurele subsidie KVW’s, Sportvelden voor hockey, voetbal en tennis, woningbouw, investeringen in groen, veiligheid, parkeertarieven, buurt-preventie en duurzaamheid. Dit is slechts een greep van zaken die opgepakt zijn. Ondanks dit houden we wensen maar we realiseren ons ook dat dit nog geen begrotingsbehandeling is en dat de resterende ruimte beperkt is.

Toch overwegen wij bij deze kadernota enkele aanvullende voorstellen; voorstellen die echter niet direct een financiële claim leggen. Als 1e punt noem ik de wens om te komen tot een arbeidsmarktagenda: Als we terugblikken op de afgelopen periode, hebben we met elkaar veel gesproken over werk en participatie. Onder de terugkerende discussie rondom instroom, doorstroom en uitstroom van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, gaat volgens ons een andere discussie schuil. Een discussie die we wat ons betreft nu echt moeten gaan voeren, want de arbeidsmarkt verandert in rap tempo. Geloven we nog in de haalbaarheid van de Participatiewet? Denken we aan een basisinkomen of aan een tussenweg? Allemaal vragen die volgens ons beantwoord moeten worden. Dit kan het beste via een nieuwe arbeidsmarktagenda. Wij zullen hier een voorstel voor doen om zo tot een realistische visie op de arbeidsmarkt te komen en dit voorstel op te nemen in het Raadstestament.

Ons 2e punt: Voor kinderen in armoede die graag sporten kan ondersteuning gevraagd worden via St. Paul. Wij realiseren ons dat niet alleen kinderen, maar ook ouderen soms verstoken blijven van sport omdat ze het lidmaatschap van een vereniging niet kunnen opbrengen. Wij overwegen derhalve een onderzoek naar de mogelijkheden en kosten van verruiming van de subsidiemogelijkheid van kinderen naar ook senioren.

Een 3e punt tot slot heeft betrekking op de muziekopleidingen. Sinds het wegvallen van de muziekschool verzorgen veel harmonieorkesten zelf een professionele muziekopleiding voor aspirant leden, met name voor de jeugd. Ten tijde van de muziekschool was er een forse suppletie per leerling vanuit de gemeente. Navraag leert dat verenigingen dit voor minder aan kunnen bieden. Om muziek-educatie laagdrempelig te houden en de instroom van jonge muzikanten te bevorderen pleiten wij derhalve voor een gemeentelijke bijdrage, alsmede in projecten om schoolgaande kinderen warm te maken voor muziekeducatie. (CDA/VLP/GL).