Raadsman in wijk verdwijnt

Na een kortstondige comeback, lijkt de gemeentelijk ouderenadviseur in wijkhuizen nu voorgoed afgeserveerd. Nadat deze functionaris in de loop van vorig jaar het veld moest ruimen en daar gemeenteraadsvragen over werden gesteld, besloot wethouder Kees Jongmans (PvdA, sociale zaken) nog één keer tot een proef met de adviseur, en wel in Kalsdonk en Tolberg.Bij deze raadsman kunnen mensen terecht met tal van vragen, bij voorbeeld over gezondheid, financiën, verlies van een dierbare, vervoersproblemen, verzorging en woning.

De openstelling is in de loop van dit voorjaar geëvalueerd. Na vragen daarover van gemeenteraadslid Cor Gabriëls van de Roosendaalse Lijst heeft Jongmans de resultaten van die evaluatie bekendgemaakt.

Vanaf 1 december konden ouderen terecht bij de adviseur. In de periode tot maart zijn de twee loketten op 21 dagen in totaal samen 168 uur open geweest. Er zijn zestig mensen om raad gekomen, gemiddeld is dat 4,6 bezoekers per week. Daarnaast zijn er telefonische contacten geweest, maar daarover merkt Jongmans op dat voor telefonisch contact geen aanwezigheid in de wijk nodig is.

Van de hulpvragen ging het in vijf gevallen om gecompliceerde kwesties, waarmee de hulpverlener per geval (gemiddeld) twee uur bezig is geweest. De 81 andere vragen konden in gemiddeld twintig minuten worden afgedaan. In totaal zijn de ouderenadviseurs dus 37 uur met hulpvragen van wijkbewoners aan het werk geweest, terwijl ze 168 uur op hun post zijn geweest. Minder dan een kwart van de tijd is dus gericht besteed aan waarvoor de adviseur in de wijk aanwezig was.

Dat is te weinig, oordeelt het college, en met het oog op de noodzakelijke bezuinigingen is dat reden om nu te stoppen met het ouderenadvieswerk in de wijken. Want zou de adviseur gehandhaafd blijven, dan is het niet uit te sluiten dat ook andere wijken en de vijf kerkdorpen om zo’n functionaris vragen, en dat is helemaal onbetaalbaar.